De redding van een Berlingo (deel 1)

Aan twee tafeltjes van de knus ingerichte salle à manger werd Engels gesproken. Dat moesten haast wel gasten zijn die hier de nacht hadden doorgebracht en nu genoeglijk zaten te peuzelen aan een petit-déjeuner. Dat vermoeden werd bewaarheid toen ik ze zag afrekenen voor logies en ontbijt.
Ik stapte naar de gemoedelijke eigenaar voor enkele inlichtingen. En vertelde hem van onze regelmatige passages in deze contreien, en of wij misschien..?
Ja hoor, wij konden hier zeker een nachtje gastvrijheid genieten voor een heel bescheiden prijsje.
‘Hier is m’n kaartje, belt u wel tijdig van tevoren.’
Nu, dat was afgesproken.
‘Zo te zien hebben we ons toekomstige onderkomen gevonden Hinke, hoe lijkt je dit hier?’
– Heel leuk, het is een keurig nette gelegenheid’ beaamde Hinke.
‘Maar het is wel een stukje verder rijden hè?’
‘Ach, ik zag net dat de teller precies op 800 km. stond, dat moet kunnen.’

Hinke keek een klein beetje zuinig, zij is geen kilometerverslindster.
Na een krap halfuurtje verlieten we opgewekt onze nieuwe stek en klommen in de Berlingo. We reden maar nauwelijks de helling af toen ik werd overvallen door een gevoel van nieuwsgierigheid. Er bevond zich een afrit naar links, naar het grote graaf- en breekwerk in het landschap.
De als mollen wroetende wegenbouwers, waren met hun enorme machines voortgekropen tot naast Aumône. Dit gehuchtje tussen Vierzon en Limoges zou dus binnen afzienbare tijd ook achteloos aan de kant worden gegooid als een punt van passage.
Nu alles echter daar beneden nog volledig in de steigers stond was er de mogelijkheid het zaakje eens mooi te observeren..?
‘Wat ga je doen?’ vroeg Hinke, toen ik het karretje linksaf stuurde.
– Ik heb zin dat spul van dichtbij te bekijken, straks is de hele boel in kannen en kruiken en valt er niks meer te zien van dat graafwerk’ antwoordde ik.
‘Kost dat niet te veel tijd ?’ deed Hinke een beetje bezorgd.
– Welnee, we kunnen best een kwartiertje missen, het rijdt nu zo snel..’

We hotsbotsten een tikkeltje over de hulpweg die ten gerieve van de zware camions was neergelegd, dwars door tuinen en landerijen. Dit zou in de naaste toekomst ongetwijfeld de nieuwe afslag gaan vormen om de heirbaan A20 te bereiken.
Het schouwspel in de kunstmatige vallei was de moeite waard: men was bezig een hoge heuvel dwars door midden te happen. En daar werden erg uit de kluiten gewassen bulldozers en shovels voor ingezet. Ik moet weer terug denken aan het halfjaar dat ik in Zuid-Arabië met die geweldenaars had omgegaan..

Er werd bij Aumône gegraven volgens een bepaald plan.
Men groef niet in één keer de hele hap weg; in het midden bleef een stuk grond staan.
Het was een doorsnede van rode grond en lagen kalksteen; je kon zo de geschiedenis van geologische tijdperken aflezen. Het was net een in de lucht klimmen-de startbaan.
‘Hee’, dacht ik, ‘daar zou je met de auto best een stukje op kunnen rijden.’
Meteen stuurde ik de brave Berlingo de hobbelige helling op.
‘Wat doe je nou weer!’ riep Hinke.
– Een eindje naar boven, dan heb je een veel beter zicht.’
‘Ga nou niet te ver, want keren kan hier helemaal niet’ drong Hinke verder aan.
– Nee nee, maar met deze grote spiegels rij ik heel goed achteruit.’

Het einde van het parcours naderde. Het zicht werd steeds mooier.
Er lag nog een meter of twintig voor ons toen we ineens een vreemde beweging in de auto voelden. Het was alsof de auto ineens steiler moest klimmen.
Instinctief ervoer ik wat er aan de hand was, ik moest snel handelen!
Grommend reageerde de auto op het gaspedaal en schoot vooruit.

Achter ons, zag ik in de spiegel, zakte het restant van de ‘startbaan’ in elkaar, we stonden eenzaam op de top van een mini-heuveltje! Hinke had het niet onmiddellijk in de gaten, ze riep alleen maar ‘stop!’ omdat ze dacht dat ik van plan was over de rand van de steilte te duiken. Omdat ik koortsachtig nadenkend een tijdje zweeg, zei Hinke:
‘Ga nou maar terug.’
– Dat wordt een beetje moeilijk Hinke’ mompelde ik voorzichtig.
‘Waarom, je kon toch zo goed achteruit rijden?’
– Jawel, jawel.. maar ik kan niet achteruit vliegen..kijk maar es achterom.’
Dat deed ze en schreeuwde meteen vol ontzetting:
‘Oh! Vreselijk! Zie je nou wel, dat krijg je met die ideetjes van jou!’
Schuldbewust moest ik toegeven:
‘Kon ik weten dat die boel zo was ondermijnd door die graafjongens..’
– Je had er nooit aan moeten beginnen, altijd wil je iets wat een ander niet doet.
Hoe komen wij hier nu ooit weg?’
‘Laten we eerst maar eens uitstappen om de situatie op te nemen.’

Nu, dat werd er niet beter op met Hinke’s gemoedsrust: We stonden op een soort dijk van een meter of twintig lang, met zeer steile taluds, geen kijk op dat je daar met de Berlingo naar beneden kon. Dat zou minstens glijden en misschien over de kop slaan betekenen! Aan de voorkant van ons uitzichtpunt dat eensklaps een eiland was geworden, was het niet beter; de bulldozerkaken hadden gretig en steil weggehapt.

Op het hoogste punt stonden we zeker vijf meter boven het nieuw ontstane maaiveld, en aan het achtereinde waar de zaak spontaan was ingestort, was het niet veel minder.
Bovendien was het daar een chaos van gescheurde brokken klei en steen.
Hinke raakte in paniek.
‘We komen hier nooit meer weg, en al onze spullen zitten in de auto!’
– Rustig nou maar.. ik ben aan het nadenken..’ probeerde ik haar en mezelf te troosten.

Er rijpte een idee. Op loopafstand stond een arsenaal aan buiten proportioneel grote grondverzetmachines..
Het was een koude regenachtige zondagmorgen..geen hond te zien..
Bovendien stonden we zo diep beneden het dorp dat er van bovenaf weinig viel waar te nemen. En ik wist met die machines om te gaan..
‘Ik denk dat ik eens even bij die bulldozers ga kijken Hinke’
– Waarom.. wat wil je dan..?’
‘Je weet dat ik die dingen kan bedienen nietwaar, denk maar aan m’n avontuurlijke bestaan in Koeweit..’
– Ja goed, goed.. maar ten eerste kan je daar niet zo maar aan zitten.. en ten tweede zitten ze natuurlijk op slot!’
‘Dat moeten we eerst eens even bekijken.’ antwoordde ik raadselachtig.
Gelukkig stonden m’n werkschoenen onder de vloer van de auto, die zou ik nodig hebben om de modderige helling af te dalen. En die ouwe broek die er naast lag kon ik ook maar beter aantrekken.
‘Ga jij maar lekker in de auto zitten, dan zal Cornelis eens zien of er een oplossing voor ons probleempje valt te bedenken.’ adviseerde ik Hinke.
– ProbleempJE?’ protesteerde ze smalend, ‘je hebt ons met een afschuwelijk groot probleem opgezadeld!’

Zonder daar op in te gaan probeerde ik voorzichtig de helling af te dalen.
Het werd wel even glibberen en uitglijden gelukkig gaf het niet voor die ouwe broek maar toen stond ik beneden. Ik begaf mij over de ongelijke grond vol geulen en kuilen naar de grootste shovel. Het was meteen de grootste die ik van m’n leven had gezien.
De monsterlijke schop was vier bij vier meter!
‘Maar.. op dat licht gebogen vlak zou de Berlingo net een plaatsje kunnen vinden..’, bedacht ik.
Tenminste.. als de arm hoog genoeg kon komen? Och heden, dat ding ging torenhoog de lucht in. En hij was zo lang dat ie wel tien meter naar voren kon steken. Bleef over de moeilijkheid die Hink al aanroerde: Hoe kreeg je dat monster aan de loop?

 

Normaal gesproken hangen er geen contactsleutels in het slot. Jawel.. dat klopt.
Maar.. ik kende uit ervaring de machinistentrucjes van dit kolossale speelgoed.

Ik klom langs de zwaar met klei behangen rupsen naar de cabine.
Ah, dat begon goed, de deur zat niet op slot.
Ik nam plaats in de stuurstoel en keek om me heen. Nee, niks achter de spiegel, ook niks in het verbandkastje.. nu eens onder de stoel voelen. Daar zat in ieder geval de bekende schuiflade. Eens even naar voren trekken. Ja hoor, triomfantelijk viste ik de sleutels tussen de papieren uit! Zie je wel, men had hier dezelfde gewoontes als destijds in Arabië. Sleutels nam je niet mee naar huis, altijd in de cabine verstoppen, kun je ze ook niet vergeten! Gespannen probeerde ik een van de twee lipssleutels. Nee, die paste niet..
Maar de andere wel! Voor ik verdere actie ondernam keek ik enkele seconden naar het eenzame heuveltje een eindje voor me.
Vanuit de hoge cabine was de Berlingo half zichtbaar, Hinke had het raampje een eindje naar beneden gedraaid, haar koppie keek deze kant op. Wat zou ze denken?

M’n rechterduim ging alvast omhoog, het was niet zeker dat ze alles duidelijk kon zien.
De operatie werd een waagstuk maar met dit machtige monster zou het goed kunnen aflopen. Ik zoog diep adem in en draaide de sleutel naar rechts: een hele kerstboom aan lichtjes gloeide op. Een aantal doofde vrij snel, de indicatie van de dieselmotor restte in ieder geval. Ik keek nog eens goed om me heen, niets te zien in dit verlaten, deels aangevreten landschap. Daar stond de Berlingo, de reden waarom ik dit avontuur ondernam. Toen maakte ik de laatste beweging naar rechts met de sleutel.
Grommm..gromm..

Grote rookwolken uitstotend kwam de zware motor tot leven.
De meter van de hydraulische druk klom naar de gewenste waarde. Het arsenaal aan bedieningshandles zag er redelijk vertrouwd uit. Overal netjes de Franse tekst bij.
Met een tevreden zucht probeerde ik de eerste handle; eerst die enorme schop maar es een eindje optillen. Warempel, de afschuwelijk grote opschepper knikte gehoorzaam van de horizontale naar de vertikale stand. Nu de arm proberen. Ja hoor, even gewillig klom de staalconstructie voor m’n cabine de lucht in. Tot zover zag het er prima uit.
Terwijl ik de arm op vijfenveertig graden hield, moest ik nu beproeven of het totale gevaarte van zijn plaats wilde komen.
‘Goed oppassen Cornelis, beide rupsjes tegelijk hè..’sprak ik mezelf moed in.
Ik verrichtte de voorgeschreven handelingen..en daar kwam het monster los uit de taaie kleimassa waarin de rupsen een eindje waren verzonken.
Schokkend bewoog de totale massa zich voorwaarts. Een triomfantelijk gevoel doorstroomde me, ik had het verduld nog toe, alsof ik niet weggeweest was, in de vingers!
Speurend naar het steilste stukje helling reed ik op het ‘eilandje’ af. Ondertussen de arm alvast hoger zettend. Hinke zou daar boven wel opkijken als dat enorme brok ijzer voor haar opdook. Nu dat deed ze zeker! Zij moest haastig zijn uitgestapt, want daar stond ze al op de rand, met grote ogen kijkend naar de complete machinerie.
Heel op m’n gemak manipuleerde ik arm en schep zodanig dat de kolossale ‘hand’ net horizontaal boven op de rand terecht kwam. Toen liet ik hem na enig nadenken iets achterover kantelen.
Ik liet de motor draaien om nergens druk te verliezen en klom snel tegen de helling op.
Hinke stond immer verbluft het geheel te bezien.
‘Luister goed Hinke, ga jij in de schep staan, dan rij ik de Berlingo er recht in.
Let op dat de neus niet tegen de achterkant van de schep komt.’
– Dat durf ik niet!’ sprak Hinke in eerste instantie, ‘stel je voor dat die schep gaat kantelen.
‘Heb jij geen vertrouwen in mij, je hebt toch gezien dat ik dit mormel van z’n plaats gekregen heb?
– Ik vind het vreselijk griezelig..’ hield ze vol.
‘Oh.. wou jij dan ons hele hebben en houwen hier maar achterlaten en lopend verder gaan naar de Dordogne?’
Nee.. dat kon ook niet, dat zag ze wel in. Er zat dus niets anders op..
Zuchtend liep ze voetje voor voetje naar binnen in de schep. Vlug startte ik de Berlingo, manoeuvreerde wat en reed toen voorzichtig het platform op, dat de schop bood.
Hinke maakte de vereiste handbewegingen, daarop vertrouwend plaatste ik ons kostbare vervoermiddel zodanig dat er geen twee centimeter overbleef aan de voorkant.
‘Hoe staan de wielen achter?’ vroeg ik door het open gedraaide raam.
Zorgelijk antwoordde Hinke:
– Hij staat net op de rand, er hoeft niks te gebeuren of die kar valt er aan de achterkant af..’
‘Er gebeurt niks!’ verzekerde ik haar. ‘De handrem staat er strak op, hij staat in de versnelling, geen vuiltje aan de lucht.’
Ik verliet de wagen en daalde de helling af. Nu kwam het er op aan, bij het optillen van de schop moest er geen schokkende beweging ontstaan. En hij mocht helemaal geen achterover gaande beweging maken! Dan was het ‘einde avontuur in Frankrijk’.
Hoe zou ik de verzekering ooit duidelijk kunnen maken waarom m’n mooie automobieltje van een kolenschop was gevallen? Met ingehouden adem liet ik de arm iets opkomen.
De schop was nu vrij van de helling. Nu was het zaak de arm nog wat hoger te zetten, maar gelijktijdig de juiste hellingshoek van de schop te handhaven. Tot zover lukte alles prima. De Berlingo zweefde met de onderkant op ooghoogte van Hinke die de operatie met een angstig gezicht volgde. Wat nu?

Achteruit rijden kon niet, dat zou onvermijdelijk teveel schokken opleveren.
Dan zat er niets anders op dan naar links wegdraaien van de arm.
Met samengeknepen lippen draaide ik het hele spul met de zacht trillende Berlingo heel voorzichtig weg van de plaats des onheils. Toen de combinatie iets verder dan evenwijdig aan de helling was gevorderd werd het tijd voor het moeilijkste deel.
De arm moest acht meter dalen met volledig behoud van de iets achterover gekantelde stand van de schop.
‘Kalm aan jongen’ prevelde ik. Terwijl ik de arm in: ‘automatisch dalen op de laagste speed’ zette, bestuurde ik tussen vinger en duim de stand van de schep, er voor zorgend dat de schep steeds iets achterover leunde. Het lukte perfect, deze machine gehoorzaamde als een raspaard. Met een diepe zucht van verlichting zag ik de reuzenhand, met in de palm m’n geliefde wagentje op de klei neerkomen.
Ik zette de machine in rustpositie, klom haastig naar beneden en holde naar voren.
Roets..het contact aan, een seconde wachten..en daar reed ik em achteruit de schop uit!
Het avontuur was geëindigd zonder dat iets of iemand ook maar een schrammetje had opgelopen! Ik riep naar Hinke dat ik eerst de machine ging wegzetten, daarna zou ik haar helpen de helling af te dalen. Met de opgetilde schop, en nu met enig plezier beide rupsen mooi gelijkmatig besturend krabbelde ik als een enorme kreeft achterwaarts naar het vertrouwde plekje van de shovel.
Zette toen de arm en schep precies zo als ie gestaan had. Voldaan draaide ik het contact af en schoof de sleutels tussen de documenten. Nu het bakje onder de stoel schuiven en niemand zou te weten komen dat ene Jan de Hollander dit schitterende speelgoed een momentje had geleend.
Grinnikend tikte ik voor het laatst op de handles en sprak waarderend:
‘Je hebt me mooi uit de brand geholpen jongen!’

Wordt vervolgd!

Cornelis Gorlee

 

Print Friendly, PDF & Email