De aanloop voor Tanger, mei 2016

‘Yes, that’s the best that you can do for a good price’ vertelde de manager van het bureau:’Tarifa – Tanger’/STAR ons met een zelfverzekerde glimlach. Voor 49 euro hadden we behalve de overtocht naar Marokko ook een compleet dagprogramma. Excursies met een bus, een voettocht door bijzondere stadsgedeelten en een maaltijd in een karakteristiek restaurant.

‘Vandaag nog?’ hij keek uit het raam naar het wachtende schip dat over een half uur zou uitvaren.
– nee, morgenochtend’ antwoordden wij – wij hebben ook geen paspoorten bij ons.’
Bovendien vonden we het leuk om vandaag Tarifa te verkennen. En jawel, er moest een flink karretje boodschappen worden ingeladen bij Lidl…
‘Okay, zorg er maar voor dat jullie morgen om 10 uur hier zijn dan komt alles voor mekaar. De fietsen kunnen hier veilig staan.’
Hij kwam achter het bureau vandaan en demonstreerde dat de karretjes volledig veilig aan een hekwerk voor de deur verankerd stonden.
Wij verkenden het een en ander rond de haven. De naam Guzman ‘held van Tarifa’ betekende kennelijk veel voor Tarifa. Guzman stond in brons gegoten op een indrukwekkende sokkel. Zijn grimmig gelaat en het zwaard in de stevige knuist toonde aan dat hij geen rustig leven had geleid.
We klommen achter de douanepost de weg omhoog en arriveerden bij een verdedigingstoren uit de oudheid. Van hier bekeken we het vertrek van de sierlijke reuze catamaran die de dienst onderhield met Marokko.
De passagiers zaten achter de ramen van het tweeverdiepingen grote schip. Behalve een aantal personenwagens waren ook drie vrachtwagens aan de achterzijde binnengereden en op de vloer tussen de drijvers gestationeerd. Het schip maakte een ingewikkelde manoeuvre vanaf de kade. Het bewoog zich eerst parallel naar het midden van de haven.

En toen begon een grote beweging die het schip bijna 180 graden draaide om goed uit te komen voor de uitgang tussen de pieren.
Intussen lag een zusterschip al buitengaats in heftige waterbewegingen te wachten om de vrijgekomen plaats in te nemen. En dat lukte exact.
Grappig om te bedenken dat deze schepen geen ranselende propellers gebruiken voor de vaart. Het schip wordt voortgestuwd door elk twee machtige waterstralen aan de achterzijde van de drijvers!

Dinsdagmorgen 17 mei

Het was in de afgelopen nacht flink gaan waaien. Bovendien dreven er wolken door het zwerk. Dat was even tegenvallen na die blauwe luchten van de afgelopen week.
Maar goed, het was net zeven uur geweest, de zon kon op dit moment geen bijdrage leveren tot verwijdering van die luchtige gevaartes.
Voor alle zekerheid liep ik naar de openstaande bar bij de receptie en tikte op de ipad in: ‘het weer in Tanger’.
Nu, dat was geruststellend. Een zonnige dag met hier en daar wat wolken.
Om 9.15 u zaten we op de fiets. Een pittige tegenwind, dat wel. In de stad aangekomen hier en daar wat lopen als er te hard moest worden getrapt.
Om vijf minuten voor tien schoven we het bureau binnen.
Hartelijk welkom geheten door de man van gisteren.
We legden de paspoorten op tafel, betaalden de 49 euro en kregen de vereiste documenten in handen. Dat waren twee tickets, vastgeniet aan een folder.
De mondelinge instructie luidde: we moesten ergens in het ruime gebouw voor de inscheping een lift opzoeken. Dat moest gebeuren tussen half tien en kwart voor tien. Daar zou dan iemand staan die ons verder hielp.
Om twintig voor tien stonden we daar. Een lift was niet direct in het zicht.
De hal was flink gevuld met luitjes die zin hadden in Marokko.
Er werd ergens in het Engels geroepen: doorlopen! Nu wij dus ook maar mee met de meute. Middels de bekende linten werden queues gevormd; één voor één asjeblieft!

Maar toen wij aan de beurt waren schudden de controleurs het hoofd: ‘nee, dit waren geen instapkaarten, we hadden ons moeten melden bij de paspoortencontrole..’
-en die anderen dan, die met ons mee schuifelden in de rij?’
‘Ja, die horen bij een groep, de leider daarvan heeft de paspoorten ingenomen om de instapkaarten te regelen’.
O jee, wij hoorden weer nergens bij, moest dat nu zo moeilijk, we hadden toch prachtige tickets?
Terwijl we daar wat verloren stonden verscheen er een drukdoenerig mannetje naast het lint. Hij wierp een blik op onze papieren en riep op een dwingende manier in de Engelse taal: ‘Gauw meekomen!’
We dribbelden weer terug door het lintenpad en wrongen ons door de tegemoetkomende passagiers naar de hal. Daar stond onze redder die meteen een nieuwe lading papier onder onze neus schoof met de boodschap: ‘invullen! En de paspoorten please!’
Hij verdween meteen naar een groep en liet ons achter.
Met voor elk witte en gele formulieren. Ach heden, kolom na kolom moest worden ingevuld. En we hadden geen ballpoint, alleen de geliefde halve millimeter vulpotlo-den..
De moed zonk me al in de schoenen. Dit ging lijken op het betreden van Amerikaanse bodem; ook zo’n papierwinkel om te doorworstelen.
‘Kunnen we onze potloden niet gebruiken?’ stelde ik voor.
-Nee, dat moet met een balpen!’ besliste Alida. Nu, daar stonden we met de witte en de gele papieren. De witte bleken voor de heenreis en de gele voor de terugreis. En ik heb al zo’n allergie voor formulieren. Bah, hier kreeg ik de kriebel van. Effe naar Marokko..
‘Als ik het geweten had was ik er niet eens aan begonnen’ mopperde ik wat tegen mijn lief.
-gewoon doorbijten!’ hield zij mij voor. ‘Het is nu eenmaal geen Europa’.
Daar kwam het mannetje weer aansnellen.
Met de paspoorten en andere papieren. ‘Formulieren niet ingevuld? riep hij ontsteld. -We hebben geen balpen..’

‘Oh.. hij greep in een tas en overhandigde een pen. ‘Mogen jullie houden’
Wij aan het invullen. En warempel, ik maakte nog minder foutjes dan mijn maatje die altijd heel kordaat is met dat soort papieren. Maar ja, de zenuwen hè? Alles moest weer gehaast..
We kregen nog meer papieren uitgereikt: de instapkaarten voor heen en terug. Plakkers op de draagriemen van de schoudertasjes met de indicatie ‘STAR’. Voorts een ‘héél’ belangrijk document, te overhandigen aan de gids dat recht verschafte op een zorgeloze excursiedag.
Dit keer beter uitgerust met paperassen schuifelden we nog een keer door het lintenlaantje. Ondergingen de paspoortencontrole, de instapkaartencontrole en moesten een scanner passeren. Jawel, de tasjes werden naar een lopend bandje gedirigeerd en mochten na passage onder de magische zwarte kap weer worden omgehangen.
Nu nog meer zorgen over de papieren? Nee, het zag er naar uit dat alle fuiken waren gepasseerd. We stapten aan boord, beklommen een trap en konden in een zaal met louter vliegtuigstoelen een mooi plaatsje uitzoeken. Weer op het gemak gesteld nestelden we ons voor een raam; van hieruit gezien konden straks dolfijnen en walvissen worden waargenomen. Jazeker, dat had de man in het bureau ons verzekerd.
Wij twijfelden namelijk eerst even over de keuze: gaan we naar Tanger, of tellen we onze euro’s neer voor een spannende verkenning van dolfijnen, verschillende typen walvissen en orka’s? Die genoemde beesten schijnen er verzot op te zijn precies in de straat van Gibraltar hun buitelingen te vertonen voor toeristen.
Toen we ons keuzeprobleempje voorlegden aan de manager van reisbureau STAR en overtochten naar andere zijde, glimlachte hij:
‘dat geld kunt u zich besparen, aan boord van onze schepen ziet u hetzelfde panorama’.
Nou, da’s dan mooi meegenomen. We gingen er straks naar uitkijken.
Helaas was de rust een valse rust. Via de speakers werd aangedrongen zich op te stellen in een rij voor de paspoortencontrole, dit keer op touw gezet door Marok-kaanse politiemannen.

Verkenning van Tanger

M’n nekharen gingen recht overeind staan! Zijn die luitjes nu helemaal…! De paspoorten waren al twee keer bekeken, één keer reeds vergeleken met de computerschermen in het havengebouw, de kwaadwilligen zijn er dus al uitgerold.
Alida stelde zich coulanter op tegenover deze bureaucratie: ‘Laten we nog even volhouden, straks kun je rustig zitten en zijn we zo alles vergeten. Kom nou maar’.
Maar ik vertikte het om daarvoor in de rij te gaan staan.
We regelden het zo dat Alida braaf aanschoof met een deel van de papierwinkel. Ik nam plaats in een van de rijen stoelen en hield haar in de gaten. Van tijd tot tijd schoof ik wat rijen op.
Het tempo van opschuiving was irritant laag. Wat werd er in vredesnaam gecontroleerd en door hoeveel van die geüniformde autoriteitjes?
Tenslotte, na een half uur op de benen staan, echt waar, (alleen niet voor mij op de beentjes) kwam de waarheid aan het licht. Slechts één oom agent voor dit hele schip vol mensen, nam met een ernstig gezicht de papieren aan en tuurde vol wantrouwen een tijd naar het scherm.
Kon deze verdachte burger, recht voor hem staande, nu absoluut niets worden aangerekend, zelfs geen ‘rijden door rood licht’?
Jammer, misschien meer pakkans bij een volgend slachtoffer..?
Maar ik wilde mijn gram halen, ik schoof niet meteen zoals de anderen opgelucht terzijde.
-Do you speak English’ vroeg ik suikerzoet.
‘Yes’ was de verwonderde reactie (waarom nam deze burger niet meteen de benen, blij dat hem niets kon worden aangerekend?)
-May I ask you a question?
‘Eh yes..’
-Mister, do you think that one controlperson is enough for all these passengers on board?
Een beetje verbluft antwoordde hij: ‘Yes’
-But that means that all these people are standing half an hour on their feet for a third check of their passports..’ En nu klonk mijn stem wel bitter.
Hij haalde zijn schouders op – that are the rules- en strekte zijn hand uit voor het volgende paspoort.
Alida stond op twee meter afstand bezorgd naar me te kijken.
‘Was dat nu wel nodig, die man op stang te jagen?’
-ja natuurlijk!’ bitste ik wat nijdig terug. ‘Je betaalt toch geen vijf tientjes om als dom vee te worden behandeld. Als de zaak efficiënter wordt opgezet zijn overbodige controles niet nodig. Of laten ze op zijn minst drie dienders naast elkaar zetten.’
Het schip was door al deze manipulaties al hoog op zee.
We hadden de hele uitvaart tussen de pieren gemist. In ieder geval waren we een wit formulier armer. Eerst maar het overgeblevene goed opbergen.
Enfin vijf minuten later was de ergernis weggezakt en keken we uit naar de snuiten van Grote Zeedieren. Maar deze beesten hadden er vandaag geen zin in. Ze bleven luieren op grotere dieptes.
Tanger lag trouwens op een andere plaats dan wij vermoedden. We voeren een behoorlijke afstand westelijk voordat eindelijk in een diepe bocht de contouren van een Oosterse stad opdoken. Waarom een Oosterse stad?
Dat zat ’em in de aanblik van puur witte huizen op regelmatige afstanden onderbroken door rode kleuren. Niet vanwege de daken, de pannen waren klassiek okerkleurig. Nee de rode gevels speelden ook een rol.
We draaiden recht af op de stad die zich steeds indrukwekkender voordeed.

Nadat iedereen het schip had verlaten dromden we over een loopbrug zoals op vliegvelden gebruikelijk is naar een kade met een drukte van belang. Jawel, nog één keer het paspoort omhoog steken met daarin het gele formulier.
Een eindje verder stond een rij bussen te wachten. Hoe zouden we nu onze gids kunnen vinden? Er stonden geen mannen of vrouwen met opgeheven bordjes zoals we kenden van vorige bootreizen.

Nu, dat was ook niet nodig. De meeste luitjes hoorden bij een leider die zij al kenden vanwege het kennelijk behoren tot een groep. Ja, zij wel.
Uit hoeveel personen zou onze groep bestaan? Er drong zich een opvallend persoon naar voren. Aan zijn nationaliteit viel niet te twijfelen.
Hij was gekleed in een gestreepte jurk en zijn hoofd was gedekt door het typische witte kapje van een muzelman. Het was een enthousiast om niet te zeggen vrolijk persoon.
‘You are from STAR?’ riep hij opgewekt. En hij tikte op het stickertje op de draagband van Alida’s schoudertas.
En schakelde meteen over op Frans, Spaans, Portugees en Duits.
Alles in heel rap tempo. In korte tijd had hij zijn klantjes bij elkaar.
Dertien in getal. Hij zette ons in een halve cirkel en vertelde dat hij Achmed was. Als eerste vroeg hij om dat ‘heel belangrijke’ document. Nu, dat kon ik tevoorschijn brengen, het zat achtdubbel opgevouwen in mijn portemonnee.
Achmed kondigde aan dat wij hem alles mochten vragen en inderdaad, in vijf talen! ‘Follow me!’
Hij stapte op de verzameling touringcars af en bleef uitnodigend staan bij een leuke minibus. Maximaal twintig personen, dus ruimte genoeg.
We konden meteen weg rijden. Achmed bleek een talenwonder.
Onafgebroken schakelde hij van de ene taal over in een andere.
En het leuke was dat deze nationaliteiten ook echt in onze kleine groep vertegenwoordigd waren. Twee inwoners van Quebec konden het verhaal in twee van hun talen volgen. Een Portugees echtpaar werd op de wenken bediend. Een Oostenrijks koppel uit Graz kwam aan hun trekken. Een Spaanse man voelde zich thuis. Dan nog een echtpaar waarvan de man zelfs het Nederlands beheerste wegens een langdurig verblijf in Amsterdam en Breda.
De enige die uit de boot viel was een vrouw met een wasbleek gezicht, zij kwam uit Zuid Korea. Koreaans, dat was het enige dat haar bekend voorkwam. Maar dat werd goedgemaakt door haar echtgenoot, een ingenieur die de Engelse taal goed beheerste.
Regelmatig werd de vrouw bijgelicht door haar man, die bovendien met twee camera’s alles vastlegde wat op zijn pad kwam. Ja, en dan Alida en Cornelis hè, echt leuk om in drie tamelijk bekende talen het relaas te volgen en je dan te verbazen over de perfecte beheersing van in ieder geval Frans Duits en Engels van Achmed! En er werd wat uitgelegd door Achmed..
Tanger is een plaats met anderhalf miljoen inwoners. Maar de manier waarop deze Marokkanen zijn gehuisvest kan op een ontstellende manier verschillen. Nadat wij een algemene toer door een deel van de stad hadden gemaakt, voor een eerste indruk zogezegd, werd het menens. De bus klom een eind omhoog en stopte voor een poort met daarachter een verzameling dicht opeengepakte behuizingen. Achmed nodigde uit, op de bekende opgewekte manier, tot het maken van een vrij lange wandeling.
En waar stapten wij naar binnen? In een onvervalste Kasba, met de belofte dat dit werd vervolgd door een voettocht door de Medina. ‘Let maar goed op de verschillen!’ waarschuwde onze leidsman. Aan het eind wachtte ons een beloning in de vorm van een maaltijd in een, jawel, karakteristiek Arabisch restaurant.
Vol verwachting volgden we de leider door de nauwe poort.
Eén ding viel ogenblikkelijk op, hier kon echt geen autoblik binnendringen!
De straatjes waren zo smal en kronkelig dat alleen een Smart zonder blutsen en krassen uit de voeten zou kunnen. Maar niet eens overal!
Behalve dat de steegjes erg krap waren huppelde het soms ook met trappen van tien of meer treden naar beneden of klom het moeizaam omhoog.
De verrassingen bleven elkaar opvolgen. Tijd om rustig te fotograferen was er amper want Achmed hield een behoorlijk tempo aan. Stel je voor dat je in deze warwinkel even de groep uit het oog zou verliezen..
Wie zou je kunnen bijstaan om de ‘normaal’ bewoonde wereld terug te vinden. Overigens waakte Achmed als een kloek over de kuikens.

 

 

Al snel wist hij enige bijnamen te bedenken voor deelnemers die te veel tijd besteedden aan de omgeving.
‘Mister Seoel’ en ‘mister Heineken’ – daar werd ik mee aangeduid – moesten regelmatig worden gemaand. De verbazing was alom dat in deze veel te krappe blokkendozen mensen hun bestaan konden volbrengen.
Het was deurtje aan deurtje en die waren vaak zo laag dat de huidige bewoners vrijwel allemaal moesten bukken. Een rechtlopende steeg was met een lantaarn te zoeken, dat maakte de oriëntatie nog veel moeilijker.
En wat nog meer verbazing opwierp waren de zeer smalle sleufjes waarin handelaren op hun klantjes wachtten. Soms waren nerinkjes zo diep en volgepakt dat het mannetje achterin op handen en voeten onder de tafel van een meter breed, maar drie meter lang, naar achteren was gekropen.
Op een zeker moment kwam er een pand in zicht dat wat meer vierkante meters had verworven. Dat was ook wel nodig want nadat Achmed met uitnodigende armbewegingen zijn kuikens had binnengeloodst, bleken wij in een weverij annex verkoopruimte te staan. Tegen de achterwand bediende een flegmatieke jongeman een meer dan antiek weefgetouw.
Met vlugge handbewegingen ondersteund door blotevoetenwerk op twee houten latten, goochelde hij dusdanig met schering en inslag dat voor zijn buik een kleurig weefsel ontstond.
Terzijde stond een maatje die maar al te graag de ontstane producten aanbood. Maar wat maakte hij nu eigenlijk?
Hoofdzakelijk hoofddoeken die op de juiste wijze gedrapeerd de koper omtoveren tot een onmiskenbaar Arabisch persoon.
De jongen gaf een demo die respect afdwong.
Hij koos daartoe de vrouw van de Nederlander die ook een Portugees paspoort bezat. Die vrouw kon ook zonder opsmuk heel goed voor de dag komen. Maar nadat zeer gewiekst met een mooie doek haar hele gezicht werd omhuld werd iedereen een beetje stil. Deksels, alleen die fraai opgemaakte ogen uitkijkend door de smalle strook in die oosterse doek..
Wat een sexy uitstraling!
Nadat haar echtgenoot de nodige opwindende plaatjes had gemaakt veranderde de kunstenaar met een virtuoze beweging de hoofddoek in de gebruikelijke dracht die het hele gezicht vrijliet. Ook nog prima om aan te zien.
We stonden weer buiten. Tegenover het weefpaleis trok iets aparts de aandacht. In een sleuf waar precies drie mannen naast elkaar pasten werd naaiwerk verricht. Zo te zien zat daar een oude pa met twee zonen die elk een verschillende klus onder handen hadden.
De mannen gebruikten de bekende kleermakerszit. Hoe lang is zoiets vol te houden? Ruimte om een andere zit te proberen was er echt niet.
De middelste was bezig met iets dat m’n interesse trok. Hij leek doende met zoomwerk van een kledingstuk.
Met snelle bewegingen stak hij naald en draad in de stof maar aan weerszijden van die ene draad bewogen twee draden die op een geraffineerde manier de draad van de jongeman beïnvloedden.
Die twee draden werden gemanipuleerd door een amateuristisch gebouwd machientje. Dat stond vlak voor mijn neus.
Het bestond uit een aantal tandwieltjes die uit een derailleur van een fiets leken te zijn gerold. De aandrijving van de tandwielen werd verzorgd door een fietsdynamo die als een motortje was geschakeld. De draden die naar de jongeman leidden hadden een lengte van twee meter.
Een zeer komisch geheel dat niettemin effectief hetzelfde deed als een moderne naaimachine met zigzagsteek!
Een straatje verder tuurden we in een sleuf waarin warempel brood werd gebakken. Omdat woekeren met de ruimte hier schering en inslag is hadden we zicht op een persoon die tot zijn middel in een langwerpig gat stond. Recht voor zijn borst was de opening van een bakkersoven uit vorige eeuwen. Een maatje verzorgde een eindje boven hem de aanmaak van een soort pannenkoeken.
De bakker zelve schepte die plakken meel op met een houten schep en deponeerde ze in de oven.

Na korte tijd kon hij ze als platte broden weer terug vissen. Op houten planken aan de zijkant groeide de voorraad. Het moest wel een warme klus zijn. Want waar werd die oven gestookt? Juist, ter hoogte van de voeten van de bakker!
De Koreaan mocht even in de sleuf stappen om dat wonderbaarlijke proces te fotograferen.
Het werd nu tijd om de Medina te betreden. Dit had inderdaad een ander karakter. De boventoon werd gevoerd door een overvloedig aanbod aan verse groenten. Maar dan niet zoals bij ons gebruikelijk een aanbod van vele soorten door één handelaar, nee, allerlei personen die één artikel voerden in grote of soms heel kleine porties. Het meeste stond op de grond uitgestald. De eigenaar zat er veelal naast.
Enkele keren was het minder leuk. Dan werd er op houten schragen vis aangeboden. De vis werd op verzoek opengesneden en van de ingewanden ontdaan. De temperatuur was lekker opgelopen tussen de soms hoge pandjes. Geen prettige geuren daar..
Een heel aangename ervaring waren de uitgestalde veelsoortige kruiden op planken tegen de muren. Een feest voor ogen en neus.
Inmiddels mocht van mij de wandeling overgaan in lekker ergens zitten en wat eten. Mijn rug begon danig op te spelen..
Zo dachten er meer over. Met één vrouw van onze groep, zij was de Portugese, hadden we te doen. Zij had twee kunstknieën en het was haar aan te zien dat het voortgaan over deze benauwde hobbelwegen haar steeds moeilijker afging. Maar ja, we hadden al enkele keren gepolst of het geen tijd werd de beloofde maaltijd te nuttigen? Het antwoord was: ‘ja ja, nog even verder’.
Tenslotte, na het moeizaam doorkruisen van een totaal overdekte wirwar van nerinkjes kwamen we in een open ruimte waar de verlossende geveltekst prijkte: Restaurant Mamounia Palace. Nu, dat beloofde wat.
Achter elkaar beklommen we een steile trap en belandden in een knus zaaltje waar de bekende Arabische muziek weerklonk.
In een zijzaaltje presenteerden vier mannen op simpele instrumenten hun melodieën die vriendelijk gezegd op een eenvoudig thema zijn gebaseerd.

Onze Oostenrijker die eveneens verwoed overal zijn digitale reflex camera inzette, rustte niet voordat hij zich tussen de muzikanten had gedrongen en vol verwachting in de camera keek die nu door zijn vrouw werd bediend. Uiteraard werden de rollen gewisseld waarbij de vrouw, met een arm om haar schouder van de miniharp speler, werd geportretteerd.
De manager kwam informeren wat wij wilden drinken. Mijn lief en ik waren al overeengekomen dat wij de wijn vandaag lieten staan.
We moesten doezeligheid vermijden op deze dag vol indrukken.
Nu, geen zorgen, de keus was beperkt tot: cola, sprite, jus d’orange of water. In Mamounia Palace hield men zich aan de regels van de Profeet.
Tijdens de maaltijd van couscous was er gelegenheid tot converseren met onze groepsleden. Tegenover ons zaten de Canadezen en daarnaast de
Oostenrijkers uit Graz. Naast mij zat links het Koreaanse echtpaar.
We kwamen heel wat aan de weet.
Vooral omdat het Canadese echtpaar Korea twee keer had bezocht.
En daardoor een levendige uitwisseling ontstond. De Canadeze Judith wist zelfs de unheimische sfeer op te roepen van het Noord-Koreaanse paradijs. Zij had enkele ogenblikken in de zaal vertoefd waar een tafel de grens vormt tussen Noord en Zuid. Zij griezelde nog als ze dacht aan de kille ogen van een officier aan de verkeerde kant van de tafel..
Maar ook het onderhoud met de Oostenrijkers was interessant.
Zij waren met de motorfiets-aller-motoren, de Honda Gold Wing, hier helemaal naar de zuidpunt van Spanje gereden.
Herr Baumwolle had een goedlopende horlogezaak overgedaan aan zijn zoon.
‘Jasicher’, dat kon hij met voldoening zeggen: ‘hij was erkend Meister uhrwerkmacher en had daarmee goed zijn brood verdiend’.
Toen ik hem polste over de situatie:
‘Aber Herr Boumwolle, is er nu nog werk in dit tijdperk van – zo te zien – louter digitale horloges. Is de tijd van mechanische horloges niet voorbij?’

 

Cornelis Gorlee

Print Friendly, PDF & Email