Naar Monpazier en omgeving

De gevoelige wijzer van de barometer was al een week lang blijven hangen op een waarde boven de 1020 hectopascal. Er waren kleine schommelingen, daaraan kon je zien dat ie niet stuk was.. Op donderdag 14 okt was het de aangewezen dag voor een leuke rondrit in de prachtige Périgord Noir. Het buitenwerk was hier aan kant, dus waarom geen gebruik maken van de lokkende roep van de blauwe lucht?
Het was wel fris, dat moet worden gezegd, slechts 10 graden terwijl we het erf verlieten. En het zag er ook naar uit dat er hier en daar een mistbank zweefde. Na de steile afgang achter Janinne‘s bezit stonden we al spoedig voor het STOP bord om de D710 over te steken. Schuin aan de overkant klom de weg meteen weer omhoog om uit komen bij de D33 naar Monpazier. Op deze hoogte en de afwezigheid van water kreeg de mist geen kans. Het landschap was oogstrelend, de herfstkleuren toonden zich soms in gloeiende tinten. Vooral het rood van de klimplanten streelden de zinnen.

Wat is dit landschap mooi!

De afwezigheid van ander rollend materieel stond toe dat de snelheid tot vijftig of zestig km kon worden beperkt. Soms was dit gewoon een must vanwege de bochtige ligging van deze weg. Zo arriveerden we in alle rust in Monpazier.
Monpazier is voormalig Engels bezit. Het is warempel nog te proeven. Een auto is taboe in deze oude vestingstad. Maar net buiten de stadspoort is een goed parkeerterrein aangelegd. Het was wonderlijk genoeg zoeken naar een plekje. Hoe kon dit nou, de toeristen waren toch allemaal naar huis in dit voortgeschreden seizoen? Ach, daar werd de oplossing aangereikt, het was de donderdagse marktdag! Jawel, daar kwamen de autochtonen natuurlijk op af. Het was nu kwart over tien, mooi op tijd voor de koffie dus. Het leek heel aantrekkelijk om daar buiten op een terras van te genieten. Maarre.. dat zou wel in de volle zon moeten plaatsvinden. Tijdens de korte wandeling in de schaduw naar het enige echte plein was het nog bliksems fris! Sommige marktstalletjes verschenen al vóór het centrale plein. Maar we hadden medelijden met de neringdoenden. Zij hadden de jaskragen hoog opgeslagen en de schouders duidelijk opgetrokken. Het plein koesterde zich echter voor meer dan de helft in de zon. Hè, effe van genieten! Rondkijkend zagen we een terras waar we konden neerstrijken. Wat een mooie gelegenheid om hier “une grande tasse” naar de mond te brengen.
Een eindje voor ons zaten twee duidelijk Engelse dames. Ineens sprong er eentje overeind en gaf een kreet van vreugde! Zij snelde in onze richting en net naast ons tafeltje vloog zij een struise dame om de hals. Het was oogstrelend om te zien hoe Macron‘s strenge regiem hier overboord werd gesmeten. We genoten van een knuffelpartij zonder weerga. En dat herhaalde zich nog twee keer bij andere vriendinnen.
Een Frans echtpaar, van een naburig tafeltje, de mondlappen tot hoog boven de neus, keek bevreemdend toe. Zelf hadden zij zich zelfs als echtpaar, al bijna twee jaar deze intimiteit ontzegd. Murw gemaakt wegens het media bombardement over de gevaren van directe aanraking!
Wij konden al spoedig getuige zijn van een opgewekt gesnater van vijf buitengewoon spontane Engelse meiden in een al wat hogere leeftijdsgroep. Ik moest de neiging onderdrukken de meest markante dame op de schouder te tikken. Graag zou ik haar willen toevoegen: ‘u bent een waardige afstammeling van de Vikingen!’ Ter verduidelijking: zij was gekleed in een luchtig spijkerjurkje waarin de goed ontwikkelde billen volledig tot hun recht kwamen. Verder blote armen, zeer stevige benen, in een jurk die tot 10 cm zomershoog boven de knieën reikte. Zelf vond ik het, gekleed in een voor het koude seizoen ontworpen jack, zelfs in de zon nog fris. Vooral als er een tochtvlaag over het plein woei. En deze praatgrage Engelse, had als enige extra bedekking een dun vestje over de schouder geworpen, de blote hals zorgeloos vrij latend..

Terwijl Alida te kennen gaf nog wat in de winkeltjes onder de bogen te snuffelen, begaf ik mij naar de bar om af te rekenen. Daarna dwaalde ik nog een momentje rond om de camera nog ergens op te richten. Tijdens de wandeling tussen kramen ontmoette ik zomaar een goeie kennis uit de begintijd in de Dordogne. Dat leverde een leuk onderhoud op. Hij vertelde hier wat inkopen te doen. Het was elke donderdag de gewoonte met vier Franse vrienden een maaltijd te verzorgen. Vandaag was hij de gastheer en dus degene die iets moois op tafel wilde zetten. We namen afscheid en ik keerde terug naar de hoek waar wij hadden afgesproken als vertrekpunt voor het vervolg van deze dag. Helemaal tevreden met de ervaringen tot nu toe besloten we de verkenning van het landschap voort te zetten.

Saint-Avit-Sénieur

Het eerste deel van de verkenning lag westelijk van Belvès. De nieuwe koers bracht ons vanuit Monpazier noordwaarts. En dat kun je op twee manieren doen, je volgt de D660 naar Beaumont de Périgord, en vandaar de D25 naar St Avit. Maar veel leuker is iets voor Lavalade de heel smalle D26 in te slaan. Dan kom je echt door het binnenland met hellingen en vele bochten. Je passeert het gehucht Sainte-Croix en je vraagt je af: hoe leven de mensen in zulke eenzame streken? Tenslotte maak je weer een haakse bocht naar het zuidoosten en ga je nog wat omhoog naar Saint-Avit-Sénieur. Hier ben je meteen in de middeleeuwen. Hoewel het maar enkele honderden bewoners telde, zag men kans een groot complex neer te zetten om de kerkelijke macht te demonstreren. Van oudsher arriveerden hier de pelgrims op weg naar Santiago de Compostella. Vandaag wonen er nog steeds 400 mensen. Maar van het kerkdomein zijn alleen de gebouwen over. De bewoners zijn verdwenen. Je ziet niet eens het complex in volle omvang, dat is te zien aan de funderingsresten.
Wij werden in ieder geval verwelkomd door een lief hondje, meer was er niet op straat. Op een straathoek wilde men mij wijsmaken dat ik belangen had in deze streek. Een duidelijk panneau wees de richting aan waar de ‘gite-ferme de COR’ waren te vinden. Ik was me niet bewust hier ooit in het kader van ‘ik vertrek’, een ouwe boerderij te hebben omgebouwd tot vakantie gelegenheid..
Toen werd het tijd het kerk/abdij complex binnen te stappen. In de kloostergang mankeerde het niet aan mooie doorkijkjes. In het midden van het complex lag een grote tuin. Eeuwenlang hebben hier monniken in de kruiden-/groentetuin gewerkt ter afwisseling van de gebeden en de gezangen. Ja, dat was de stelregel: bidden en werken.
De blik werd getrokken naar een poort met een grote nis daarnaast. Dit moest het overblijfsel zijn van een zeer oud gedeelte. Wie kan mij vertellen hoe vaak hier brandschatting en plundering heeft plaatsgevonden? Een – later – onderzoek op het internet leverde weinig op..

In een overdekt gedeelte van een muur trok een historische afbeelding de aandacht: monniken die de oogst binnenhaalden. Ja, zo was het: bidden en werken. Pikant detail is dat Saint-Avit-Sénieur een heilige was van de Visigoten, een andersoortig Christendom, afkomstig uit het Oosten, met heel oude wortels. Van de Visigoten kan wel veel worden opgedist, maar dat zou hier te ver voeren
Het had inmiddels 13 uur geslagen, tijd om huiswaarts te keren. Het was mogelijk om, weer over de genoemde kronkelpaden, recht naar het oosten te gaan om de vestingstad Belvès te bereiken. Je gaat dan recht door de huisjes verzameling van Montferrand-du-Périgord en dito van Bouillac.
Maar het leek aantrekkelijker via de D25 langs Cadouin te gaan. Daar staat nog een schoonheid van een Abdij, helemaal passend in het landschap. In de afgelopen dertig jaar was het vaak een geliefd uitstapje, vooral als de bloemenmarkt werd gehouden. De weg vervolgend sta je dan zo in le Buisson-de-Cadouin. Op korte afstand vloeit het water van de Dordogne, die hier vlakbij een grote omweg maakt door twee prachtige Cingles. Namelijk die van Limeuil en van Trémolat. Nu nog even naar Siorac en zes km verder, kijkt Belvès weer uit over de D710.

Cornelis Gorlee, 14 oktober 2021

 

Print Friendly, PDF & Email