OP WEG NAAR LE VIGAN

Dit keer was de oplopende barometer voor ons het sein dat we konden vertrekken voor onze voorjaarsreis. De Wereldomroep geloofden we niet meer, die deed al weken niets anders dan bewolking, wind en regen voorspellen voor Frankrijk.
Met een fijn zonnetje maakten we om negen uur een goede start op die dinsdagmorgen, de vijfentwintigste mei 1999. Het uitermate kronkelige weggetje tussen Villefranche du Périgord en Rostassac zorgde dat de snelheid niet hoger kwam dan hoogstens vijftig km per uur.
Maar wat gaf dat? We reden voor ons plezier, de dag was nog lang, nietwaar?
In Cahors aangekomen maakte de stad wel een vrolijke ZuidFranse indruk maar het was eerlijk gezegd toch wat hinderlijk dat het terugvinden van de D911 een klein halfuurtje kostte.. Kijk es, er gaan meer wegen in oostelijke richting, maar ik had het nu eenmaal in m’n hoofd gezet dat ik per se ónder Rodez wilde passeren.
We namen ons voor de truc goed te onthouden: helemaal Centre Ville volgen, dan kom je vanzelf bij die eerst onvindbare D911! Noteren Hink!
Na Pont de Salars werd het echt leuk. De route naar de bijzonder gelegen stad Millau was als vanouds een boeiende aangelegenheid.
Zèlf rijdend op een hoogvlakte heb je dan voortdurend aan de linkerkant grootse panorama’s van brede valleien. En daar was tenslotte de lange afdaling naar het typische komdal waarin Millau is neergevlijd.
Wat een machtig mooi gezicht, overal om je heen de hoogoprijzende zeer steile rotswanden. En als kleurige vogels hoog in het blauwe zwerk, de vele rondzwevende parachutes waaronder de hangende mensjes genieten van adembenemende vergezichten. Ja, Millau is het centrum van de parapentesport. Zowel aan parachutes als aan kunstig gebouwde vleugels kunnen de liefhebbers lange tijd in de lucht rondzweven vanwege de krachtige thermiek die langs de door de zon verwarmde wanden opstijgt.

Daar sta je dan op de bodem van die diepe kom; hoe kom je daar weer uit om de route Zuidoostelijk te vervolgen? Jawel, hoe onmogelijk het ook lijkt, men heeft door kunstig hak- en breekwerk zich een weg omhoog gebaand tegen de steile wanden. En in een auto gezeten hoef je je alleen maar te verwonderen over het snelle hoogte winnen met de daarbij behorende schitterende uitzichten. Op een zeker moment onderga je bijna dezelfde ervaring als de parapenters onder hun fragiele vliegtoestellen (nou ja.. met een gapende leegte onder je moet het natuurlijk toch een stuk spannender zijn).
Na enige tijd voortrijden over een hoogvlakte veranderde het landschap en begonnen we aan een spectaculaire rit. Woeste ravijnen en scherp afstekende bergmassieven bepaalden het beeld. We passeerden een brug, boven een angstwekkende diepte. Op de bodem kronkelde een nijdig riviertje.
Ici, Saut à l’élastique! gaf een bordje bij de oprit te kennen.
Hée.. Ik meende deze ambiance te herkennen van een televisieprogramma: hier zoeken overmoedige lieden de kick van hun leven, door zich vanaf de brugleuning in het NIETS te storten. Als de gedachte aan een verplettering tot het ondraaglijke is uitgegroeid, dan wordt de onherroepelijke doodsmak verhinderd door een heftige ruk aan de enkels!
De lange streng elastiek verlengt de val nog een aantal meters.. maar vlak boven de scherpe rotsen komt de afremming tot een einde en volgt een opslingering naar boven. Na een aantal diepe jojo’s begint men op de brug het elastiek weer in te palmen en kan de waaghals als uit de dood herrezen zijn voeten weer op de brug plaatsen.

Cornelis Gorlee

 

Print Friendly, PDF & Email