Enkele veranderingen per juni 2026

Wat gaat er o.a. in juni 2026 veranderen?
Het minimumloon  (Smic) gaat omhoog; Referentieprijs gas daalt; Een belasting voor leegstaande woningen

Geld – Minimumloon

Het minimumloon (SMIC) wordt elk jaar op 1 januari verhoogd. Bovendien wordt het in de loop van het jaar automatisch aangepast in geval van hoge inflatie. Het minimumloon zal op 1 juni met 2,41 % stijgen, met name als gevolg van de sterke stijging van de energieprijzen.

Op 13 mei meldde l’Institut National de la Statistique et des Etudes Economiques (Insee) dat de consumentenprijsindex (CPI) in april 2026 met 2,2 % op jaarbasis was gestegen. Deze aanzienlijke inflatie is te verklaren door de sterke stijging van de energieprijzen – met name die van aardolie – tegen de achtergrond van het huidige conflict in het Midden-Oosten.

De wet bepaalt echter dat het minimumloon automatisch wordt aangepast wanneer de consumentenprijsindex met ten minste 2 % stijgt ten opzichte van de index die gold bij de laatste aanpassing van het minimumloon; de hoogte van de verhoging van het minimumloon wordt dan vastgesteld rekening houdend met de stijging van de consumentenprijsindex.

De nieuwe bedragen zullen als volgt zijn:

  • het bruto-uurloon van het minimumloon bedraagt 12,31 €, tegenover 12,02 € op dit moment;
  • het bruto-maandloon voor een voltijdse baan bedraagt 1 867,02 €, tegenover 1 823,03 € op dit moment (wat neerkomt op een stijging van 43,99 € bruto per maand);
  • het netto minimumloon per maand voor een voltijdbaan bedraagt 1 477,93 €, tegenover 1 443,11 € nu (dat is een stijging van 34,82 € netto per maand).

De referentieprijs voor gas daalt vanaf 1 juni met 4,8 %
De maand mei werd gekenmerkt door een gemiddelde stijging van 15,4 % (incl. btw) van de referentieprijs voor gas, als gevolg van de eerste weken van de oorlog in Iran. Sindsdien is er een prijsdaling waargenomen op de gasmarkten. La Commission de régulation de l’énergie (CRE) publiceert maandelijks een referentieprijs voor de verkoop van aardgas aan huishoudelijke consumenten, sinds de gereguleerde gastarieven op 30 juni 2023 zijn afgeschaft.


Eén enkele belasting voor leegstaande woningen vanaf 2027
De begrotingswet voor 2026 brengt veranderingen aan in de belastingheffing op leegstaande woningen. Momenteel bestaan er twee afzonderlijke belastingen, die van toepassing zijn afhankelijk van de gemeente waar het leegstaande onroerend goed zich bevindt. Deze twee belastingen zullen in 2027 worden samengevoegd.

Een onroerend goed wordt vanuit fiscaal oogpunt als leegstaand beschouwd wanneer het met name:

  • bestemd is voor bewoning;
  • ongemeubileerd is (of onvoldoende gemeubileerd om een behoorlijke bewoning mogelijk te maken);
  • voorzien is van basisvoorzieningen (elektriciteit, stromend water, sanitair, enz.);
  • al enige tijd niet bewoond wordt.

Als u momenteel eigenaar bent van een leegstaande woning, moet u mogelijk de “Taxe annuelle sur les Logements Vacants (TLV)” (jaarlijkse belasting op leegstaande woningen) of “Taxe d’Habitation sur les Logements Vacants (THLV)” (de woonbelasting op leegstaande woningen) betalen, afhankelijk van de gemeente waar uw onroerend goed zich bevindt.

U moet de TLV betalen als u eigenaar of vruchtgebruiker bent van een woning die op 1 januari van het belastingjaar al minstens een jaar leegstaat, en als dit onroerend goed zich bevindt in een gemeente in een krappe woningmarkt (met andere woorden, een gemeente die wordt gekenmerkt door een aanzienlijke onbalans tussen vraag en aanbod van woningen, wat leidt tot moeilijkheden bij de toegang tot woningen in het bestaande woningbestand). De lijst van gemeenten die tot een krappe woningmarkt behoren, wordt bij decreet vastgesteld.

U bent THLV verschuldigd als u eigenaar of vruchtgebruiker bent van een woning die op 1 januari van het belastingjaar al meer dan twee jaar leegstaat, en als dit onroerend goed zich bevindt in een gemeente die heeft besloten deze belasting in te voeren (deze gemeente moet buiten het toepassingsgebied van de jaarlijkse belasting op leegstaande woningen – TLV – liggen). U kunt nagaan of de THLV van toepassing is op leegstaande woningen in uw gemeente.


Gezondheid

De wet die tot doel heeft iedereen gelijke toegang tot begeleiding en palliatieve zorg te garanderen, is op 27 mei 2026 in het Staatsblad gepubliceerd. Deze wet versterkt de rechten van zieke personen en hun naasten. De wet voorziet met name in een betere toegang tot palliatieve zorg, betere voorlichting aan patiënten en aandacht voor de behoeften van de naasten. Palliatieve zorg is bedoeld voor iedereen, ongeacht de leeftijd, die aan een ernstige ziekte lijdt en te maken heeft met lichamelijk, psychisch of sociaal lijden, met name in de laatste levensfase. Het omvat:

  • preventie;
  • de beoordeling en integrale behandeling van lichamelijke klachten (met name pijn);
  • aandacht voor psychisch lijden;
  • het voorzien in sociale en spirituele behoeften.

Begeleiding en palliatieve zorg worden in een vroeg stadium, op actieve wijze en continu aangeboden gedurende het gehele zorgtraject van de patiënt, ongeacht zijn of haar woon- of zorglocatie. De begeleiding is ook gericht op naasten en mantelzorgers. De wet voorziet in ondersteuning van de naasten van de patiënt om psychologische en sociale steun te bieden, met name na het overlijden van de patiënt.


Twee geneesmiddelen ter bestrijding van obesitas worden vanaf 15 juni door de ziektekostenverzekering vergoed, binnen een gecontroleerd kader. Deze maatregel is zojuist bevestigd door verschillende besluiten die op 28 mei 2026 in het Staatsblad zijn gepubliceerd. De maatregel sluit aan bij de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsautoriteit (HAS), aangezien in 2025 17,4% van de volwassenen in Frankrijk aan obesitas leed. Wie komt in aanmerking voor vergoeding? 

De twee medicamenteuze behandelingen tegen obesitas (TMO), Wegovy en Mounjaro, worden vanaf 15 juni 2026 onder bepaalde voorwaarden vergoed door de ziektekostenverzekering. Deze injecteerbare behandelingen, die oorspronkelijk tegen diabetes zijn ontwikkeld, zijn GLP-1-analogen, een groep geneesmiddelen die de spijsvertering vertragen en het verzadigingsgevoel versterken. Deze geneesmiddelen zijn sinds 2024 in Frankrijk verkrijgbaar en worden op recept verstrekt tegen een door het laboratorium vastgestelde prijs, zonder dat de ziektekostenverzekering de kosten vergoedt.

Welke patiënten komen in aanmerking voor vergoeding?
Patiënten die in aanmerking komen voor vergoeding van deze behandelingen, zijn patiënten die in aanmerking komen voor bariatrische chirurgie (een operatie die tot doel heeft een aanzienlijk gewichtsverlies te bewerkstelligen door aanpassingen aan het spijsverteringskanaal). Het gaat om:

  • personen met een body mass index (BMI) van 40 of hoger (massaal overgewicht) zonder comorbiditeit;
  • personen met een BMI van 35 of hoger (ernstig overgewicht) met comorbiditeit (het tegelijkertijd voorkomen van twee of meer aandoeningen of stoornissen bij één persoon).

Het voorschrijven van dit geneesmiddel is voorbehouden aan zorgverleners en instellingen die betrokken zijn bij de behandeling van obesitas op zorgniveaus 2 en 3: artsen die werkzaam zijn in gespecialiseerde obesitascentra (Centres Spécialisés de l’Obésité – CSO); in Centres Hospitaliers Universitaires (CHU) en instellingen Soins Médicaux et de Réadaptation (SMR) voor gastro-enterologie, endocrinologie, diabetologie en voeding; endocrinologen die verbonden zijn aan een CSO.

De eigen bijdrage van de verzekerde bedraagt 35 %, wat betekent dat de ziektekostenverzekering 65 % voor haar rekening neemt. Of de kosten volledig worden vergoed, moet per geval worden bekeken, afhankelijk van de status van de verzekerde, een eventuele langdurige aandoening (ALD), de geldende vrijstellingen en het al dan niet hebben van een aanvullende ziektekostenverzekering.


Invoering van een extra geboorteverlof
De wet inzake de financiering van de sociale zekerheid voor 2026 voorziet in extra geboorteverlof voor beide ouders. Bij elke geboorte of adoptie heeft elke ouder recht op betaald verlof van 1 tot 2 maanden. De maatregel treedt in werking op 1 juli 2026. Voor wie geldt dit? Hoe hoog is de vergoeding? Het nieuwe geboorteverlof is definitief goedgekeurd in “la loi de financement de la Sécurité sociale” (LFSS) (de wet op de financiering van de sociale zekerheid) voor 2026.

Deze maatregel wordt genomen tegen de achtergrond van een dalende bevolkingsgroei in Frankrijk. Hij is bedoeld om een betere balans tussen gezins- en beroepsleven te bewerkstelligen, evenals een grotere gelijkheid tussen vrouwen en mannen bij de geboorte van een kind. Hierdoor kunnen beide ouders een periode van één of twee maanden betaald verlof toevoegen aan hun rechten op zwangerschaps-, vaderschaps- en opvang- of adoptieverlof. Elke ouder kan het verlof gelijktijdig of afwisselend met de andere ouder opnemen. Dit verlof kan worden opgesplitst in twee periodes van een maand.

Wie komt in aanmerking voor het aanvullende geboorteverlof?
Het aanvullende geboorteverlof treedt in werking op 1 juli 2026, maar elke ouder van een kind dat op of na 1 januari 2026 is geboren, of dat te vroeg is geboren maar waarvan de geboorte op of na die datum was gepland, kan er vanaf 1 juli gebruik van maken, mits aan de voorwaarden voor het recht op dit verlof wordt voldaan. Dit geldt ook voor adoptieouders van kinderen die tussen 1 januari en 30 juni in het gezin zijn gekomen.

Dit verlof zal toegankelijk zijn voor alle actieve verzekerden: werknemers, zelfstandigen, niet-loontrekkenden in de landbouw, ambtenaren, militairen, contractuele ambtenaren en verzekerden van bijzondere stelsels. Zij moeten echter eerst hun zwangerschaps-, vaderschaps- en kindopvang- of adoptieverlof hebben opgenomen.

Voor werknemers geldt een degressieve vergoeding: de eerste maand wordt vergoed tegen 70 % van het vroegere nettoloon en de tweede maand tegen 60 % van het vroegere nettoloon, met inachtneming van het maximum van de sociale zekerheid.

Ambtenaren krijgen een vergoeding in dezelfde verhouding, met 70 % van hun bezoldiging in de eerste maand en 60 % in de tweede.

Zelfstandigen krijgen een forfaitaire dagvergoeding waarop een aftrek wordt toegepast in dezelfde verhouding als die voor werknemers.

Voor zelfstandigen in de landbouw blijft de vervangingsuitkering op het huidige niveau voor moederschap, vaderschap en adoptie, zodat de verzekerde die extra geboorteverlof opneemt daadwerkelijk kan worden vervangen.


Vervoer
Er wordt een tegemoetkoming van 100 euro ingevoerd om de gevolgen van de stijgende brandstofprijzen te verzachten. Deze steun is bedoeld voor werkenden die hun auto met name gebruiken om naar hun werk te gaan. Ondersteuning voor werknemers die veel kilometers maken. 

Bijna 3 miljoen Fransen komen in aanmerking voor de brandstoftoeslag. Deze toeslag is ingevoerd om de gevolgen van de stijgende brandstofprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten te verzachten. De toeslag bedraagt ​​€100, oftewel 20 eurocent per liter, gebaseerd op een gemiddeld brandstofverbruik over zes maanden.

Om voor deze subsidie ​​in aanmerking te komen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • wonen in Frankrijk;
  • in 2024 fiscaal ingezetene van Frankrijk zijn geweest;
  • geboren zijn vóór 1 januari 2009.

Bovendien moet u een eigen auto voor zakelijke doeleinden gebruiken en als een „veelrijder“ worden beschouwd. Om in deze categorie te vallen, moet u:

  • een afstand van ten minste 15 km per rit tussen uw woonplaats en uw werkplek afleggen (30 km heen en terug);
  • of ten minste 8.000 km per jaar afleggen in het kader van uw beroepsactiviteit (deze afstand omvat ook de ritten tussen uw woonplaats en uw werkplek).

Om voor deze ondersteuning in aanmerking te komen, moet u behoren tot een huishouden waarvan het referentie-inkomen per aandeel voor het jaar 2024 lager of gelijk was aan € 16.880.

 Bron: service-public.fr